De post brengt een kaart in een envelop. Er zit nog iets in: vier ronde stukjes geweven  materiaal, in verschillende kleuren. Degene die me dit stuurt schrijft dat ik er vast wel iets mee kan.


Nou, misschien wel.
In elk geval vind ik de structuur van het weefsel meteen interessant. Ook de transparantie en het lineaire hebben potentie.


Inmiddels weet ik dat deze stof veel wordt gebruikt voor het maken van hoeden.



Het heet sinamay en is gemaakt van de vezels van een bananenplant.



De stukjes sinamay laat ik op tafel liggen, in het zicht. Nu en dan maak ik foto’s of een schets.




Ik kijk hoe de structuur verandert als ik lagen over elkaar leg.



Ik onderzoek wat er gebeurt bij een andere achtergrond.



Wat er over blijft als ik de kleuren weghaal.



En wat ik daar van kan maken.



Intussen gaat dit project niet echt ergens naar toe. Dat wil zeggen, ik werk niet toe naar één duidelijk resultaat. Maar de reis is interessant en daar gaat het toch om.



En dus vervolg ik de reis.




Onderweg maak ik een mozaiek.



Ik teken nog wat.





En kijk wat er gebeurt als de zon gaat schijnen.





De zon voegt een extra structuur toe: de schaduw.